do it yourself

2 november 2013

De confituren


Ooit heb ik me voorgenomen geen groenten meer in te vriezen noch confituur te maken. Want dat was zowat de hoofdbezigheid van de zomervakanties in mijn kinderjaren... in een snikhete veranda, pfff! Groenten zouden meteen na het oogsten verorberd worden, wat over was weggegeven, en fruit? Dat zou ik gewoon niet zetten.
Maar in werkelijkheid brokkelen principes net zo af als andere leeftijdsverschijnselen. Boontjes eet ik nog altijd het liefst vers, peultjes en zo gaan er ook goed in. Maar reuzestukken pompoen, prei die dreigt door te schieten en andere groenten waar je je zat in gegeten hebt... toch maar de diepvries in.

Fruit had ik zoals gezegd niet. Maar met een grote moestuin zijn aardbeien toch wel praktisch - voor de vruchtwisseling en zo. Frambozen stonden er al, een zomer- én een herfstras, evenals ordinaire rode bessen die ik het eerste jaar genegeerd heb maar die later Jostabessen bleken te zijn! En ook vanuit het ouderlijk huis kwamen smeekbeden om het vele fruit te komen plukken.

Op de zenstages die ik regelmatig bijwoon daagt ieder jaar een Fransman op, Gilles, met een hele collectie confituren. Die laat hij proeven bij het ontbijt en verkoopt ze dan: allerlei speciale en gekruide combinaties, waar ik een gretige afnemer van was. Maar zelf confituur maken, poeh! Dan moet je tonnen suiker aanslepen en van die vieze toevoegsels gebruiken voor het dikken en bewaren, zo vond ik in mijn jongere (en fanatiekere) periodes.
Maar intussen koopt een mens wel confituur, zo nu en dan. Het is zoals met cake: als ik zo'n 4/4 recept bekijk slaat de schrik mij om het hart! Suiker, boter, eieren... al wat ongezond is, en dikmakend bovendien. Wat niet belet dat ik wel met smaak een stuk cake zal verorberen, als ik de kans krijg. Zo is de mens...

Wie mij echt over de streep heeft getrokken, was Madam Confituur. Al die fijne en originele recepten, dat moet toch kunnen! En zij doet dat geheel complexloos... met 'confituursuiker'. Zou ik dan toch maar niet??...
Mijn supermarkt bleek intussen over een heel assortiment van dit artikel te beschikken: de klassieker, 1 kg suiker voor 1 kg fruit, maar ook: 500 g suiker voor 1 kg fruit en zelfs 500 g suiker voor 1,5 kg fruit! Perfect natuurlijk, als je niet van dat mierzoete spul op je boterham wilt.

Het is dus zoiets geworden:


Natuurlijk is er al een deel van opgegeten respectievelijk weggegeven, maar nog keuze genoeg:

De eerste waren aardbeien met kardemompeultjes en kafferlimoenblad (heb ik een paar planten van, door broer gezaaid met zaad uit Thailand).

Daarop volgden Jostabessen met perziken (die toen goedkoop waren). Jostabes, voor wie ze niet kent, is een Duitse uitvinding: een kruising tussen blauwe bes en kruisbes (stekelbes, zeg maar). Maar om het effect van pitjes en velletjes te verzachten doe ik er graag wat zacht fruit bij.

Dan kwamen de stekelbessen, met appels (om dezelfde reden), saffraan en kaneel.

Daarna frambozengelei.

Pruim en jostabes (die bleven maar komen) met groene anijs (uit de Turkse winkel).

Nog eens blauwe pruimen met een rest rabarber, munt en grappa (een geintje, smaakt niet erg door).

Bramengelei met wat framboos en appel.

Een derde oogst blauwe pruimen met kaneel, groene anijs en kardemom. (Nog een geluk dat de gele pruimen gebarsten en afgevallen waren door de regen...)

Moet ergens ook nog een scheut amandelextract bij gegooid hebben, maar weet niet meer waarin. En ergens anders een rest cocospasta (van Oxfam, te zoet naar mijn smaak).

En de laatste jamsessie van het jaar - oef oef! - was dwergkwee (sierkwee) met peren, vanille en kafferlimoen.

Ben bijna zelf een madam confituur geworden...


PS op 11 november:
Mijn verzuchting van hierboven werd geen werkelijkheid. Want daar kwam schoonzus aanzetten met drie potten frambozensap uit de diepvries (fijn dat ik ze zelf niet moest persen!) OK dan, enkele bananen erbij gemixt, een scheut zure granaatappelsiroop uit de Turkse winkel - voor het zuur-zoet-evenwicht - en, voor een bijzonder smaakje: ditmaal wat Griekse salie (zoeter en aromatischer dan de bittere salie uit ons klimaat). Toch weer vijf potten, en... lekker!

1 november 2013

Duurzaam in de tuin


Van lange duur, iets wat lang meegaat, zegt het woordenboek.

Een paar jaar geleden wou ik nog eens artisjokken zaaien. Mooie plant en lekkere bloemknoppen vooral.
In ons klimaat moet je echter geduld hebben: tot die plantjes in de volle grond mogen, tot het eindelijk zomer wordt, en als ze volop aan de groei en bloei gaan... dan kondigt het najaar zich alweer aan en moet je met weinig genoegen nemen.
Toen de vorst inviel zaten we in het buitenland. Broer-tuinier een mail gestuurd, die meteen een groot vel plastiek over de planten heeft gedrapeerd. En wonder boven wonder: ze overleefden niet alleen de lange koude winter maar behielden zelfs hun blad. Zo konden we in de lente alweer artisjokken eten. In deze contreien nooit vertoond!
Toen kwam er een natte zomermaand aan (ik herinner me al niet meer welke) en viel een van mijn planten om. Er zijn tuiniers die elke onregelmatigheid meteen opruimen, maar zo niet deze: hier mag een plant zich al eens onvoorspelbaar gedragen, opkomen waar het niet hoort enz... we zien wel wat ervan komt.
En kijk, na een paar weken kwamen aan de basis van de verrotte plant jonge scheutjes te voorschijn. En later - véél later - toen de andere twee tenslotte uitgebloeid en verdroogd waren: daar warempel ook.


Als dat geen duurzame artisjokkenkweek is! Het plastic voor de volgende winter ligt al klaar.

Een ander voorbeeld: de peterselie. Je zaait ze, het kan heel lang duren eer je er iets van hebt en de volgende lente schiet ze door.
Niet opruimen dus, desnoods even verplaatsen als je op die plaats wat anders wilt: hier staat ze dus naast de artisjok.

















Vorig jaar waren de planten aan het einde van de zomer al verdroogd en heb ik ze afgeknipt en op een vrij plaatsje neergelegd.
Daaronder kwamen piepkleine kiemplantjes op die zonder enige bescherming de winter doorkwamen - dat is nu een maal de functie van kiemplantjes bij tweejarigen. Het resultaat?



De plant op de achtergrond is ditmaal geen artisjok maar een kardoen. Door de late zomer ook niet tot volle wasdom gekomen, maar we zien wel hoe het er verder mee gaat.

21 oktober 2013

Kilt voor meisje

Als ik bij creatieve jonge blogsters al die leuke kinderkleren zie, bekruipt me altijd zo'n dom gevoel: wat voor een oma ben je eigenlijk, als je zo zelden iets voor je kleinkinderen maakt?!
Er is een praktisch probleem, dat wel: de kindjes in kwestie zijn nogal ver buiten mijn bereik, dus opmeten en passen is niet evident. Bovendien hebben ze daar in het hoge noorden weinig boodschap aan die o zo fleurige zomerdingetjes...

In de lente vroeg ik dan toch aan mijn dochter of ik niets kon maken voor haarzelf of voor de kids. Het antwoord kwam snel: Ardje wil zo graag een kilt! Niet te verwonderen, gezien de omgeving waar ze woont.

Ik vond nog een geruit wollen stofje en ging dus aan de slag. Een flink stuk knippen ("op de groei", zoals onze moeders zeiden), zomen, de vouwtjes instrijken - dat ging allemaal best. Maar die taille...
Mama had in mei 54 cm gemeten, en toen ik na de zomer vroeg of daar niet wat bij gekomen zou zijn, luidde het antwoord: neenee, ze is nog altijd even slank!
Ik had natuurlijk beter moeten weten. Na wat gesukkel met die slanke taille kreeg ik het kiltje af. Goed gelukt, vond ik zelf. Een paar grote drukknopen mee ingepakt (die zou ik ter plaatse aanzetten) en hop, naar Schotland ermee!

De praktijk bleek toch wat anders (klik om te vergroten).


Niet alleen heeft zo'n achtjarige nog geen taille die goed rokjes ophoudt, maar ook groeien kinderen nu eenmaal als kool! De lengte was dus al niet meer 'op de groei' (dat lijkt alleen maar zo omdat het ding afzakt) en de omslag... oordeelt u zelf.


Nu heb ik geen ondankbaar nageslacht, dus mama en dochter waren tevree. Opa maakte een paar foto's, zonder zich erom te bekreunen of het rokje wel netjes zat (met de plooitjes achteraan, om maar iets te noemen).


Oma daarentegen wou het hele rokje het liefst terug meenemen naar huis om er een ruimere tailleband aan te naaien en die drukknopen wat strakker te zetten - maar dat feestje ging niet door!
Ach ja. Binnen een paar maanden is het hele rokje al wat vies geworden, in de was geweest, zijn de plooitjes niet meer wat ze waren... en komt het wel naar België terug om alsnog de passende afwerking te krijgen :-)
Zoals ik dus zei: naaien voor overzeese kleinkinderen ligt niet voor de hand.


Voor wie het mocht interesseren, hier een
                gebruiksaanwijzing voor een plooirokje (al of niet kilt)

1. De gewenste lengte knippen met naadtoeslag (1 cm boven) en zoom (enkele cm). De zoom instrijken en naaien.
2. De plooien instrijken: hierbij altijd uitgaan van de breedste maat, de heupwijdte (even rekenen om op deze breedte uit te komen). Bij een geruite stof moeten de plooien in principe de ruitjes volgen, bij een effen stofje heb je meer vrijheid.
3. Op het stuk tussen heupen en taille (bij een achtjarige ongeveer de bovenste 15 cm) moet je de plooitjes dan zo ver over mekaar leggen dat je op de juiste taillewijdte uitkomt. Daarvoor mogen de plooien in dit gedeelte maar ten dele ingestreken zijn: alleen de buitenste vouw. Plooien bovenaan vastspelden en de bovenste 15 cm verder strijken.
4. Tailleband op de gewenste lengte knippen: voor een gewoon rokje is dit de taillewijdte plus een paar cm overslag (voor een knoop). Voor een kilt is dat laatste niet per se nodig, als je zoals ik met grote drukknopen werkt.
5. Bij een kilt moet je natuurlijk aan de twee uiteinden een stuk zonder plooien voorzien, voor het vlakke gedeelte vooraan. Vergt iets meer rekenwerk. De rand van de overslag kun je dan wat uitfransen.
6. Bij een traditionele kilt zit onderaan de overslag een soort van langwerpige speld (lijkt eigenlijk meer op een broche). Maar als je zo'n ding al vindt is het peperduur (verzilverd en zo).
Vroeger kon je hier op het vasteland kiltrokken kopen met een grote sluitspeld erop, maar dat vind ik niet mooi. Dus heb ik maar een mooie bijpassende knoop (op een onzichtbare speld) gebruikt. Daar was de Schotse kleindochter helemaal tevreden mee!

28 september 2013

Sleedoornbessen op jenever

En terwijl we toch bezig zijn, iets nog eenvoudigers! Het enige moeilijke eraan is een sleedoorn vinden (struik of kleine boom, gekweekt of in het wild). Ze staan nu volop met vruchten.

De bessen schoonmaken betekent alleen hier en daar een steeltje of een ongaaf (wormstekig) exemplaar verwijderen en even spoelen in een vergiet.
Dan doe je ze in een plastic zak en stopt ze een nachtje in de diepvries.
De volgende morgen schenk je zo'n driekwart kilo bessen in een paar grote bokalen en giet er een liter jenever over. Kruiden naar smaak toevoegen (ik moet verklappen dat ik de kruiden van m'n stoofperen bij het afvullen gewoon gerecupereerd heb - zo gaat het natuurlijk ook). O ja, de suiker niet vergeten. Ik heb maar 170 g gebruikt, maar als je voor een zoet likeurtje bent mag meer ook.


Zet de flessen enkele dagen op een warm plekje tot de suiker gesmolten is. Daarna op kamertemperatuur houden tot Kerstmis. Het drankje krijgt eerst een blauwe, dan een rodere kleur - ongeveer zoals mijn stoofpeertjes in de post hieronder.
En het mooiste is: als je het vocht gedronken hebt kun je de bessen nog eens hergebruiken: een nieuwe fles jenever erop en in het voorjaar kun je weer snoepen!

Stoofperen

Omdat het niet altijd naaiwerk moet zijn heb ik besloten ook wat retro-eetbaars te posten. Vandaag stoofpeertjes op azijn: superlekker en gemakkelijk!


Op het internet kun je natuurlijk veel recepten vinden, maar ik maak graag m'n eigen recept: het liefst met weinig suiker en een persoonlijke kruidenmix.

Harde, niet te rijpe peren schillen, klokhuis verwijderen en in vieren snijden (als je aan de echte stoofpeertjes kunt komen, des te beter).
In de pan doen en overgieten met - per kilo peren - een kwart liter rode wijnazijn. Pijpje kaneel toevoegen, 6 à 8 kardemompeultjes en 6 à 8 allspice-bollen. Dat laatste voor wie Britse relaties heeft, zoniet kruidnagels gebruiken - maar enkele, niet te veel, tenzij je aan erge tandpijn lijdt! Prima middeltje, maar qua smaak prefereer ik toch de allspice, met zijn veelzijdiger aroma.
Het zaakje aan de kook brengen en als de peren halfzacht zijn 300 g suiker toevoegen.
Als ze gaar zijn voorzichtig uit het vocht vissen en in bokalen doen. Daarna moet het vocht flink ingedikt (zeker de helft laten verkoken). Even laten afkoelen en over de peertjes gieten.

Goed houdbaar, heerlijk bij vleesgerechten of om zomaar van te snoepen!

Zomertas

Al lange tijd niets meer geschreven. Dat heb je met die zomeractiviteiten: tuinieren, volop groente en fruit verwerken... en tussendoor nog uitvliegen ook.

Anyhow, voor de zomer raakte ik nu toch in de ban van tassen! Kwam door m'n schoonzusje, die me met een hele reeks eigen creaties stikjaloers maakte.

Dan haal je dus wat lapjes te voorschijn en gaat aan de slag.
Eerst het zomermodel, net voor de vakantie.


Fleurig batikje en bloemen van de (Griekse) hospita op de achtergrond (ik kan haar aanbevelen, zo gul en goedkoop).

Het stofje kwam uit de doos "spullen van ondefinieerbare herkomst": acht kant en klaar (min of meer) vierkant geknipte stukken van zo'n 40 cm. Leuk motief, prima geschikt. Daarbij had de stof ook nog een soort van lichte coating, die waarschijnlijk enigszins beschermt tegen vocht en vuil.

Twee van die vierkanten fungeerden als voorpand (binnen- en buitenkant), twee als achterpand, twee (dubbel gevouwen) als zijpanden en een (dito) als onderkant. Het laatst overgebleven vierkant liet zich gewillig tot handvatten verknippen.
Twee (jawel) ritsen ingezet - uit mijn aanzienlijke voorraad écru ritssluitingen (ooit voor een opdracht ergens in het groot en in het zwart gekocht...) Zo heeft mijn tas dus twee ritsen die in het midden samenkomen - want met al die pickpockets kun je maar beter vooruitziend zijn, haha.

Hoe ik al die stukken met een minimum aan binnennaden op, in en aan mekaar gekregen heb? Tja, dàt is het typische foefelwerk - maar ook het spannende van recup!

En de wintertas? Die hebben jullie (en ik) nog te goed.

9 juni 2013

Witte bloes


Weer eens een oud kledingstuk hermaakt. En dat is, als je eraan begint, niet altijd vanzelfsprekend...

Deze bloes stamt vast uit de jaren '80. Draagt een etiketje 'maat 36', terwijl je er met enige goeie wil een aankomend sumiworstelaar in had kunnen persen. Een soort vleermuisvleugels als mouwen en het armsgat kwam haast tot de taille. En dan nog van die afgeronde slippen voor- en achteraan - brrr!
Kortom, weer 'stof genoeg' voor dubben en geërgerd kijken. Met mijn bekende koppigheid wou ik er toch iets van maken, voor de zomer.

Eerst die reusachtige mouwen eruit, want die wou ik in geen geval behouden. Wat overbleef bleek nog zo breed te zijn dat ik me afvroeg of daar voor één keer geen patroon van normale breedte op zou passen.
En ja, met enig kunst- en vliegwerk lukte dat ook! Om de herinnering aan dat oversized hemd uit te wissen koos ik voor een meer getailleerd model, mét borstnepen en deelnaden in de rug. Nog maar eens het trucje gebruikt van borstnepen schuin naar beneden, zoals bij dit jurkje - je ziet het eigenlijk niet, maar ik vond het mooi.
Weliswaar zijn de zijnaden hier enigszins golvend geworden (doordat ik ontbrekende centimeters vooraan achteraan bijgeknipt heb en omgekeerd) maar een kniesoor die daarop let.



Lastig was ook dat de stof onderaan bij de zijnaden zo hoog opgeknipt was (voor die verdraaide slippen) dat er niets anders op zat dan maar een extra stuk in te zetten - waarom ook niet? Twee driehoeken uit één zo'n wijde mouw geknipt - voor de variatie dwars op de stofrichting - en netjes ertussen gestikt . Ik vond dat wel mooi corresponderen met die schuine borstnaden (klik om te vergroten).



Voilà, zo zijn de paar mooie punten van deze bloes echt tot hun recht gekomen: de stof (met een discreet ingeweven ruitje met zilverdraad) het kraagje, de geraffineerde blinde knoopsluiting, het schuine borstzakje rechts, zelfs de plooitjes vooraan mochten behouden blijven.

Voor de foto's hebben we eens een fraaier decor opgezocht: het park van het Palais Royal in Parijs!